Europese banken praten wel over klimaatverandering, maar ze ondernemen nog nauwelijks actie. Ze hebben blinde vlekken als het gaat om het vaststellen van de risico’s, ze vertalen klimaatveranderingen niet naar veranderingen in hun bedrijfsmodel en het aanspreken van klanten die veel broeikasgassen uitstoten is vaak een wassen neus. Dat schrijft Frank Elderson, lid van de Executive Board van de Europese Centrale Bank, in een column op de site van de ECB.
Eind 2020 maakte de ECB bekend wat ze verwacht van banken met betrekking tot de risico’s die de klimaatverandering met zich meebrengt. Het gaat om eisen waaraan eind 2024 moet zijn voldaan. Recent inventariseerde de toezichthouder welke vorderingen zijn gemaakt en Elderson schrijft over de conclusies van die inventarisatie. ‘Eenvoudig gezegd, het glas raakt langzaam gevuld, maar het is nog niet eens halfvol’, zo constateert hij. Het belangrijkste punt is dat de (grote) meerderheid van de 186 onderzochte banken nog blijft hangen in de theorie. Klimaatverandering is intussen wel een agendapunt voor het topmanagement van banken, ‘maar er is een verschil tussen praten over stappen en beginnen te handelen, laat staan doen wat nodig is’.
Om te beginnen falen banken in het goed vaststellen van de risico’s. ‘Bij 96 procent van de banken ontdekten wij blinde vlekken in hun identificatie van klimaat- en milieurisico’s.’ Sommige of meerdere sectoren, regio’s en risicofactoren worden simpelweg buiten beschouwing gelaten. En als ze wel die risico’s aanwijzen, ontbreken meestal de gedetailleerde data die inzicht moeten geven in de ernst van die risico’s en hoe die risico’s zich in de loop van de tijd zullen ontwikkelen. Ook is meestal niet duidelijk welk risiconiveau acceptabel is voor een bank en wat voor actie zal worden ondernomen als dat niveau overtroffen wordt, aldus Elderson.
Ten tweede wijst de ECB-bestuurder erop dat de meeste banken niet goed doordenken over de vraag wat klimaatverandering zal betekenen voor hun bedrijfsmodel. Men is zeker geïnteresseerd in het financieren van nieuwe vormen van duurzame activiteiten en veel banken stoten specifieke activiteiten af (de kolencentrales bijvoorbeeld), maar banken maken niet duidelijk hoe ze op de lange termijn denken te overleven. Typerend daarvoor is dat men zich wel vastlegt op de ‘net-zero’ doelstelling voor 2050, maar niet omschrijft wat dat dan betekent. Ook ontbreken tussentijdse doelstellingen.
Het derde kritiekpunt van de ECB is dat banken nog niet echt een vuist maken richting hun (vervuilende) klanten. Elderson: ‘Enkele banken hebben wel beleid geformuleerd over hoe ze omgaan met klanten die risicovolle activiteiten ondernemen, maar als we dan concrete cases onderzoeken, zien we dat die klanten – ook de notoire vervuilers – soms vrijgesteld worden van dat beleid.’ De toezichthouder stuitte daarnaast op gevallen waarin banken duidelijke waarschuwingen van hun eigen specialisten negeerden.
Alleen maar treurnis dus? Elderson wil geen zwartkijker zijn: ‘Het glas is in ieder geval niet leeg en er zijn verbeteringen.’ Maar die zijn vooral toe te schrijven aan een kopgroep van banken die wel degelijk laat zien dat snelle verandering mogelijk is. ‘Ze zijn van alle rangen en standen: groot en klein, lokaal en internationaal, gespecialiseerd en universeel, en uit verschillende rechtsgebieden.’
Het gros van de banken wordt echter gewaarschuwd. Het is de ECB ernst, zo wil Elderson duidelijk maken. ‘Over verantwoordelijkheden kunnen geen vragen meer worden gesteld. Banken moeten risico’s volledig hebben gemeten en geprijsd. Raden van bestuur moeten hun banken op een ondubbelzinnige koers naar duurzame veerkracht hebben gezet. Daarbij moeten banken zich niet beperken tot het plukken van de vruchten van een vergroenende economie en het aanpakken van transitierisico’s. Zij moeten ook inspelen op de fysieke gevolgen van klimaatverandering. Bovendien moeten zij de risico’s in verband met biodiversiteitsverlies en bredere milieurisico’s goed aanpakken.’