CO2-footprint, zaak van harde euro's

, 19 november 2018.

Er is een wereld te winnen als het gaat om het meten van CO2-uitstoot en de ontwikkeling van reductiebeleid. Het financiële perspectief rukt immers op in het klimaatdebat. Nu nog wel even de weg vinden in een brij aan normen, standaarden en protocollen.

Wie weet hoeveel de eigen organisatie aan CO2 uitstoot? De indruk kan zijn dat intussen ‘iedereen’ dat wel weet. Aan media-aandacht voor het onderwerp immers geen gebrek: bij elke hittegolf, orkaan of overstroming worden we herinnerd aan de feiten rond klimaatverandering. Aan de afspraken die eind 2015 in Parijs werden gemaakt over wereldwijde inperking van die uitstoot bijvoorbeeld. Of aan de onderhandelingen over een Klimaatakkoord in Nederland. Of aan de voorspellingen over de mate waarin de zeespiegel zal stijgen de komende tientallen jaren. Of aan de stijging van de CO2-prijs in het Europese systeem voor emissiehandel ETS.
Dus, zo lijkt logisch, kan het niemand ontgaan zijn dat bedrijven hun uitstoot van broeikasgassen moeten verminderen en dat ze dus – om te beginnen – hun uitstoot moeten meten.

Afgelopen voorjaar publiceerde de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) een in dit opzicht ontnuchterend onderzoek. In samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen werden ruim 250 financieel professionals (werkzaam bij ruim 180 organisaties) ondervraagd over hun betrokkenheid bij de ‘CO2-huishouding’ van hun organisatie of bedrijf. Ze waren voor het merendeel (60 procent) werkzaam bij grotere ondernemingen, met een omzet van 40 miljoen euro of meer. Wat blijkt? Bij slechts 28 procent van de respondenten (51 van de 187 organisaties) wordt de uitstoot van broeikasgassen gemeten. Dat zijn vooral de zeer grote bedrijven. Het mkb schittert min of meer door afwezigheid. ‘Kleine en middelgrote organisaties lijken ver achter te blijven’, zo schrijven de onderzoekers. Met andere woorden: CO2 mag dan hot zijn, dat is het slechts in zeer beperkte kring.

Prestatieladder
Cijfers van de zogeheten CO2-Prestatieladder bevestigen dat. Met dit instrument om CO2 te reduceren timmert de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) sinds 2011 aan de weg. In dat jaar werd het beheer van de ladder overgenomen van ProRail, de oorspronkelijke ontwikkelaar ervan. Idee is dat organisaties ‘scoren’ op deze ladder (van 1 tot 5) voor hun CO2-‘prestatie’ en dat aanbesteders die score laten meetellen bij het beoordelen van offertes. Het gebruik van de CO2-Prestatieladder neemt elk jaar weer fors toe, zo meldt SKAO. Meer dan zeventig bedrijven en instanties – vooral gemeenten, provincies en waterschappen – passen hem nu toe als aanbestedingsinstrument, terwijl 826 bedrijven de ladder hebben ingevoerd als CO2-managementsysteem. Omdat het ook vaak om holdings gaat, is dat getal van 826 goed voor naar schatting 3000 ondernemingen. De groei van de Prestatieladder is daarmee inderdaad exponentieel te noemen. Maar wat als dat cijfer wordt afgezet tegen de 375.000 mkb-ondernemingen met twee of meer medewerkers die Nederland telt?

Prikkels
Frederik Oudman, adviseur milieukwaliteit en duurzaamheid bij Royal HaskoningDHV, ziet het contrast. “Grote bedrijven beschikken nu min of meer standaard over een CO2-beleid. Dat wordt intussen ook sterk gestimuleerd door regelgeving. In het kader van de Europese energierichtlijn EED bijvoorbeeld zijn bedrijven met meer dan 250 medewerkers verplicht om energiebesparende maatregelen te inventariseren. En hele grote bedrijven in de energiesector en de industrie nemen deel aan het ETS: elke ton CO2 die ze uitstoten kost hen geld”, zegt Oudman. Voor kleine bedrijven zijn de prikkels om aan de slag te gaan met hun uitstoot zijn nog lang niet zo expliciet. “In veel gevallen komt het er vooral op neer dat het een mogelijkheid is je te onderscheiden op de markt. Verplichtingen rond het meten van CO2-uitstoot zijn er nog nauwelijks voor kleine bedrijven en een economische prikkel zoals het direct beprijzen van die uitstoot zie ik op korte termijn nog niet ontstaan.”

Hete zomer
Dat neemt niet weg dat het gevoel van urgentie toeneemt, stelt Rob van der Rijt, oprichter en eigenaar van de klimaatplein.com, het mkb-kenniscentrum voor alles wat met CO2-footprints te maken heeft: “Zo’n hete zomer, die bosbranden… dat zijn volgens mij toch zaken die ook bij kleine bedrijven flink binnenkomen. Kijkend naar het aantal bezoekers van klimaatplein.com kan ik alleen maar concluderen dat de belangstelling toeneemt: de site wordt nu 25.000 keer per maand geraadpleegd.” Bovendien mag er nu dan nog sprake zijn van weinig of geen CO2-verplichtingen voor kleine bedrijven, de regelgeving breidt zich de komende jaren wel uit en daalt steeds verder de economische piramide af, zo zegt Van der Rijt. “Volgend jaar juli al gaat in het kader van de Wet Milieubeheer de informatieplicht in. En uit de onderhandelingen over het Klimaatakkoord die nu worden gevoerd blijkt dat er vrijwel zeker een CO2-heffing komt voor industriële bedrijven. De gevolgen hiervan zijn groot hoor: zo zal die informatieplicht betrekking hebben op ongeveer honderdduizend bedrijven.”

Energiebesparende maatregelen
Die plicht zal betrekking hebben op het melden van energiebesparende maatregelen. Sinds 1993 al zijn organisaties vanaf een bepaald niveau van energieverbruik (meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 kubieke meter gas) verplicht alle energiebesparende maatregelen te nemen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder. De handhaving van die regel is echter nooit goed van de grond gekomen, vandaar dat deze bedrijven nu verplicht wordt zélf te melden dat ze voldoen aan die plicht. Het gaat dan om de maatregelen die in de eigen branche erkend zijn.
Het CBS zegt desgevraagd niet te weten hoeveel mkb-bedrijven hun CO2-emissie meten. In de statistieken zitten alleen de “grote uitstoters” die verplicht een elektronisch milieujaarverslag moeten opmaken (het eMJV) en de kleinere worden bijgeraamd, aldus een woordvoerder.

Met andere woorden: terwijl (waarschijnlijk) honderdduizenden ondernemingen hier nog geen enkel beleid op maken, ligt er rond de uitstoot van CO2 wel regelgeving op de loer en komt het moment waarop de directe economische belangen groot worden alleen maar dichterbij.

Methodiek
Ligt daar een schone taak voor controllers en andere financials? Oudman (Royal HaskoningDHV) zegt dat hij als adviseur bijna altijd te maken krijgt met milieumanagers of kwaliteitsmanagers als gesprekspartners bij opdrachtgevers. Terwijl het voor de hand ligt daar (ook) de financiële afdeling bij te betrekken. “Qua methodiek zijn er veel overeenkomsten, de CO2-huishouding bijhouden is immers ook een vorm van boekhouden”, aldus Oudman. “Verder zijn de gegevens die gebruikt worden bij het maken van een CO2-footprint meestal ook belegd bij financiën: informatie over leaseauto’s bijvoorbeeld of informatie uit facturen van leveranciers. Bovendien kan het soms opportuun zijn de gegevens over CO2 te koppelen aan het jaarverslag. Ook dan is het logisch controlling in het proces te betrekken.”

Niet geïntegreerd
Maar het gebeurt dus maar zelden, zoals ook uit het al genoemde onderzoek van de NBA en de Rijkuniversiteit Groningen blijkt. Slechts 8 procent van de geënquêteerden gaf aan in zeer grote mate betrokken te zijn bij CO2-beleid. Terwijl wel 82 procent van mening is dat zij zo’n rol zouden moeten spelen. ‘CO2’ is echter nog te vaak een eenmalig of geïsoleerd aandachtspunt en niet geïntegreerd in de bedrijfsvoering.

Bij kleine bedrijven is de vraag wie zich gaat buigen over het meten van de CO2-uitstoot ook vaak een ad-hocbeslissing, zo stelt Bas Hurks van milieuadviesbureau Amitec in Uden: “Dan komt het onderwerp op het bordje van de directeur of van een medewerker die daar toevallig tijd voor heeft.” Amitec adviseert in het mkb-segment en merkt dat de verbinding met financiën uiterst beperkt is. Hurks: “Milieu, kwaliteit, reputatie… dat zijn de motieven om te beginnen met het meten van de uitstoot. Gevolg daarvan is onder meer dat men zeer kritisch is op de kosten van dat meten. Een reguliere kosten-batenanalyse wordt zelden gemaakt, omdat de baten moeilijk zijn te kwantificeren.”

Certificering
Dat heeft ook gevolgen voor de kwaliteit van het proces. “Certificeringen zoals via de CO2-Prestatieladder zijn een prachtig instrument”, zegt Hurks, “maar voor veel van onze klanten wegen de kosten van zo’n certificering niet op tegen de voordelen. Dus stelt men zelf de normen op waaraan de meting moet voldoen.”

Dat is ook de manier geweest waarop het bedrijf IT-recycling uit Uden tewerk is gegaan, meldt directeur Steef Sadelmaier: “Voor een bedrijf als het onze vind ik het noodzakelijk dat je laat zien wat de milieuwinst is die we boeken. Het opstellen van een CO2-voetafdruk is daar een mooi instrument voor. Alleen hebben we niet de middelen om dat heel uitgebreid en heel ingewikkeld te doen.” Dus pretendeert IT-recycling niet dat de cijfers die het bedrijf publiceert (zie https://www.it-recycling.nl/co2-footprint/) compleet zijn en dat ze volledig juist zijn. “We weten dat we een paar rekenfouten maken en we weten dat we een paar lelijke aannames maken. Daardoor zijn onze gegevens niet zo goed vergelijkbaar met die van andere ondernemingen. Maar we zorgen er wel voor dat wij elk jaar dezélfde rekenfouten en hetzelfde type aanname maken en dus zijn onze jaarlijkse cijfers onderling wél vergelijkbaar. Zo kunnen klanten in ieder geval wel zien welke vooruitgang wij boeken met onze reductiemaatregelen.”

—-

CO2-uitstoot meten: hoe?

Ingewikkeld, een CO2-footprint opstellen? Oudman (Royal HaskoningDHV): “In de basis is het heel simpel. Afhankelijk van je ambities en de vragen die voor de organisatie relevant zijn, kan de opgave steeds complexer worden.”
Verreweg de meeste mkb-bedrijven zullen geholpen zijn met eenvoudige middelen, denkt Hurks (Amitec). “Het gebouw en mobiliteit: dat zijn meestal de standaardelementen. Daarover is zeer veel informatie beschikbaar, bijvoorbeeld via www.co2emissiefactoren.nl. Uit de technische gegevens bij apparatuur is daarnaast veel informatie te halen. Het komt maar zelden voor dat eigen onderzoek nodig is; dan gaat het om specifieke processen bij grote bedrijven zoals DSM.”
Maar hoe simpel ook, een goed startpunt voor iedereen die ‘aan de gang wil’ met CO2 blijft het aloude Greenhouse Gas Protocol uit 2004, beschikbaar op ghgprotocol.org. Honderd pagina’s, dat wel, maar nog steeds het meest gebruikte normenpakket, met bijvoorbeeld uitleg over de begrippen Scope 1, 2 en 3 die overal opduiken. Een geheel Nederlandstalig en zeer toegankelijk geschreven startpunt is klimaatplein.com van Rob van der Rijt, met onder andere een aantal handige tools om meteen aan de slag te gaan.

—-

Gepubliceerd in CM: 9, november 2018.

—-



> Home




Geert Dekker

teksten &
redactie




+31 (0)6 1641 9312
mail@geertdekker.nl


> Home    > Media    > Colofon