'Geschikt' in de helft van de tijd

, 23 november 2017.

De pensioensector mag professionaliseren, de markt van opleidingen voor pensioenfondsbestuurders vertoont grillige trekjes. Titels en certificaten lijken nauwelijks vergelijkbaar. En leidt al dat opleiden eigenlijk wel tot betere bestuurders?

Hartelijke begroetingen in een zaaltje van het WTC Rotterdam. Koffie, thee of een watertje en geanimeerde gesprekken voordat het college Externe Verslaggeving begint. De docent, een accountant van KPMG, staat wat onwennig bij de projector, maar aan het dozijn cursisten is te zien dat ze elkaar intussen goed kennen. Ze volgen gedurende ongeveer een jaar de 24 colleges van de Leergang Pensioenfondsmanagement van het Instituut voor Pensioeneductie IVP. Een divers gezelschap, werkzaam bij uitvoerders, bestuursbureaus, vermogensbeheerders… plus een enkele pensioenfondsbestuurder in spé. Een cursus zoals deze is nodig om door DNB ‘geschikt’ gevonden te worden als bestuurder.

Voor Gita Doekharan (1982) is dat de motivatie om deel te nemen. Ze is (nu nog) portfoliomanager aandelen bij PGGM. “Sinds twee jaar ben ik betrokken bij de pensioensector en de materie boeit mij. Ik wil kijken of ik in deze sector meer kan betekenen. Wie weet als bestuurder, ja. Als het om bestuurlijke expertise gaat, begrijp ik dat er vooral vraag is naar vermogensbeheerspecialisten. Dat ligt dus wel op mijn pad.” Het is bij tijd en wijle pittige stof die ze in deze cursus op hun bordje krijgt, vindt ze. “Ik ben geen jurist, dus vooral de wet- en regelgeving is voor mij een lastig onderwerp. De stof rond vermogensbeheer kan ik dan uiteraard weer makkelijker verwerken.”
De tijdsbesteding is wisselend, zegt Doekharan: soms een dag in de week, soms wat minder. Ze koos voor IVP omdat andere opleidingen die ze onder ogen kreeg zich meer richtten op administratieve aspecten. “Ik zocht het een niveau hoger.”

Wat is precies dat niveau? Het is een punt van discussie.
Zo is bijvoorbeeld niets dan lof te horen over het Executive Pensions Program van Nyenrode Business Universiteit. Hooguit, zo valt op te tekenen uit de mond van een ‘concurrent’, heeft deze een jaar durende opleiding “een behoorlijk hoog netwerkgehalte”. En hij is prijzig, ja. Maar dat doet niets af aan de kwaliteit van de docenten, of aan de inspirerende mix van deelnemers – allemaal met enkele jaren ervaring als beleidsbepaler in de pensioensector – of aan de diepgang waarmee op de bijeenkomsten wordt gezocht naar de praktische toepassing van de aangereikte theorie. De titel Executive Pensions Professional (EPP) die alle cursisten – in oktober studeerde een groep van 19 af – vervolgens mogen dragen is dan ook meer dan verdiend, zo moet duidelijk zijn. Ook al is eigenlijk niet duidelijk wat die titel nu eigenlijk betekent. Want die heeft Nyenrode toch zelf verzonnen?

MBA
Programmadirecteur Ronald Heijn schiet in de lach. “Eh, ja, dat klopt.”
Nergens anders ter wereld dan op Nyenrode kun je dus Executive Pensions Professional worden. Zoals je nergens anders ter wereld dan bij IVP ‘RPB Register Pensioenbestuurder’ kunt worden. Is dat een sterk punt? Ondanks het feit dat Heijn het een goed idee vindt cursisten met een dergelijk zwaar programma te belonen met een titel, zegt hij ernaar te streven de opleiding deel te laten uitmaken van een modulair MBA-programma. Want MBA… kijk, dan weet iedereen waarover je het hebt.

‘Waarover men het heeft’ is met een blik op de opleidingen voor pensioenfondsbestuurders niet altijd even duidelijk. Nyenrode heeft zijn EPP-opleiding net als veel andere aanbieders laten certificeren door het CPION (Centrum voor Post Initieel Onderwijs Nederland), dat deze taak uitvoert namens de SPEN (Stichting Permanente Educatie Nederland). Daarmee is vastgelegd dat de cursus opleidt tot ten minste geschiktheidsniveau B, een niveau hoger dan het door DNB verplicht gestelde niveau A voor álle bestuurders. Afhankelijk van rol, ambities en complexiteit van het fonds wordt bestuurders door DNB ‘aanbevolen’ zich verder te professionaliseren op niveau B. Wat dat betekent, is vastgelegd in de Handreiking Geschikt pensioenfondsbestuur die de Pensioenfederatie in 2014 publiceerde.

Dan kan dus bij Nyenrode, in een jaar tijd, in tien modules van twee dagen. Kosten 19.900 euro. Maar dat kan bijvoorbeeld ook bij Swalef Pensioenjuristen Academie in Woerden. Ook gecertificeerd door het CPION. Acht modules, die binnen tien weken zijn af te ronden, zo meldt Swalef. Kosten: 4750 euro.

Zweven
Andere aanbieders zweven tussen deze twee uitersten. Marktleider SPO, een begin jaren negentig door de sector zelf opgerichte stichting met inmiddels dertig medewerkers, biedt niveau B aan in vijf modules van twee dagen, voor zo’n 12.000 euro. Looptijd is ongeveer een jaar. En Willis Towers Watson bijvoorbeeld, heeft om hetzelfde niveau te bereiken, gekozen voor zeven modules van een dag. Prijs: 7800 euro als je alle zeven modules binnen een jaar volgt.

Het gemêleerde beeld is Onno de Lange een doorn in het oog. De Lange is secretaris van het IVP, dat als stichting in 2012, op instigatie van MN, het levenslicht zag. “Wij zijn bezig met het ontwikkelen van een kwaliteitskeurmerk voor opleidingen tot pensioenprofessional”, zegt hij. Want de huidige normen voor certificering voldoen niet, vindt hij, die zijn te vrijblijvend. “Overdreven gesteld staat het aanbieders vrij om na een overnachting in een hotel een certificaat op geschiktheidsniveau B af te geven.” Het IVP heeft zijn eigen Leergang Pensioenfondsmanagement dus niet laten certificeren door het CPION. Overigens levert dat bij de geschiktheidstoetsing door DNB geen problemen op. Een DNB-woordvoerder laat weten dat de toezichthouder geen lijstje van goed- of afgekeurde opleidingen hanteert, maar per bestuurder beoordeelt of die over voldoende kennis, deskundigheid en vaardigheden beschikt. Hóe die geschiktheid tot stand is gekomen, daar bemoeit DNB zich niet mee.
De Lange: “Het IVP is opgericht om een kwaliteitsimpuls te geven aan de pensioensector en het gaat bij ons dus niet om de vraag hoe je kunt voldoen aan de eisen van DNB, maar om de vraag hoe je een professionele bestuurder wordt.”

De Lange lijkt echter alleen te staan met zijn streven naar een keurmerk. In ieder geval vindt hij weinig weerklank bij de SPO, de stichting die zich graag positioneert als initiatief ‘van, voor en door de sector’ en die naar schatting meer dan de helft van de opleidingenmarkt in handen heeft. Directeur Mark de Wijs: “Volgens mij is het helder wat de normen voor geschiktheid en vakbekwaamheid zijn voor pensioenbestuurders, en ook wat de normen voor certificering van opleidingen zijn. Bovendien gaan wij daar niet over, daar gaan de minister en DNB over.” Slechts de eisen van DNB als uitgangspunt nemen voor opleidingen, dat doet SPO in ieder geval niet, stelt De Wijs. “We weten allemaal dat het bij geschiktheid en vakbekwaamheid draait om blijven leren. De ontwikkelingen gaan snel en de complexiteit neemt alleen maar toe.” Met het oog op die ‘permanente educatie’ richt de SPO momenteel op YouTube een platform in dat bestuurders te allen tijde toegang gaat bieden tot geactualiseerde pensioenkennis.

Anekdotisch bewijs
Leiden al die inspanningen intussen tot beter pensioenfondsbestuur? Jammer genoeg staat dat niet vast. Vorig jaar november wilde D66-Kamerlid Steven van Weyenberg al weten of de nieuwe regels voor geschiktheid van pensioenfondsbestuurders effect hadden. Hij vroeg toenmalig staatssecretaris Klijnsma ernaar en zij liet weten dat er geen onderzoek is gedaan naar de relatie tussen de prestaties van een pensioenfonds en de – door toetsingen van DNB bewezen – geschiktheid van bestuurders. Wel stelde zij dat “in de loop der jaren vooruitgang is geboekt op de kwaliteit van bestuurders”. Hoe dat is bepaald, gaf ze echter niet aan. In de sector wijst menigeen er ook op dat het bewijs hiervoor op zijn best anekdotisch is: adviseurs zeggen bijvoorbeeld geregeld dat ze ‘de laatste jaren’ aan de bestuurstafel minder hoeven uit te leggen dan ‘vroeger’, en dat ze meer de diepte in kunnen gaan. Maar leidt de in dat opzicht toegenomen deskundigheid ook tot betere besluiten? Het is nog niet vastgesteld.

——

Opleidingen voor pensioenfondsbestuurders: een marktoverzicht

Opleiders in de pensioensector betwijfelen of de markt de komende jaren sterk zal groeien. Met het afnemen van het aantal fondsen neemt immers het aantal benodigde bestuurders af. Anderzijds neemt de complexiteit van de materie alleen maar toe en worden de eisen ten aanzien van kennis, deskundigheid, vakbekwaamheid et cetera alleen maar opgeschroefd. Bovendien zijn de opleidingen niet alleen geschikt voor bestuurders. Ook vermogensbeheerders, juristen, actuarissen en andere consultants laten zich geregeld bijscholen in pensioenzaken. Ook de leden van de verantwoordingsorganen van pensioenfondsen worden beschouwd als een (nieuwe) doelgroep. Rob Schilder, lid van het management team Retirement van Willis Towers Watson: “De twee tendensen heffen elkaar min of meer op, zo verwacht ik. Al met al is het een steady markt op dit moment.”

In het volgende overzicht zijn de partijen opgenomen die momenteel het meest actief zijn in de opleidingenmarkt voor pensioenfondsbestuurders.

  • Swalef Pensioenjuristen Academie biedt onder meer een post-HBO Registeropleiding Geschiktheid Pensioenfondsen aan. Niveau B telt acht modules en die zijn volgens Swalef tezamen binnen tien weken af te ronden. Kosten: 4750 euro. Gecertificeerd door CPION.
  • Loyens & Loeff geeft samen met LCP twee keer per jaar een cursus op geschiktheidsniveau A. Groepen worden klein gehouden (acht tot tien). Het gaat om acht dagdelen, en een DNB-oefengesprek maakt deel uit van de cursus. Kosten: 5500 euro. Gecertificeerd door CPION.
  • Willis Towers Watson Academy, na SPO de grootste marktpartij, biedt een hele reeks opleidingen aan. Geschiktheidsniveau B betreft zeven modules, van telkens één cursusdag. Groepsgrootte is maximaal negen. Kosten: per module 1250 euro. 7800 euro bij afname van zeven modules binnen een jaar. Gecertificeerd door CPION.
  • Erasmus School of Accounting & Assurance geeft een Certified Pensioenexecutive Opleiding. Instroomeis is niveau B. Het betreft 20 tweewekelijkse interactieve colleges en tentamens na elk van de vijf blokken. Ter afsluiting schrijven de cursisten een scriptie. Kosten: 10.500 euro.
  • Het Instituut voor Pensioeneducatie (IVP) geeft onder meer een Leergang Pensioenfondsmanagement op geschiktheidsniveau B. Dat levert de titel RPB Register Pensioenbestuurder op. Het zijn 24 colleges van drie uur, verdeeld over zes modules. Kosten: 9750 euro.
  • SPO biedt onder (veel) meer cursussen op geschiktheidsniveau B aan die bestaan uit vijf ‘verdiepende’ modules van telkens twee dagen. Kosten: 2385 tot 3350 per stuk. Gecertificeerd door CPION.
  • Nyenrode biedt meerdere pensioenopleidingen aan, waaronder het Nyenrode Executive Pensions Program. Dat bestaat uit tien modules van twee dagen, met in totaal zestig colleges. De deelnemers studeren af door het verdedigen van een thesis. De cursus levert de titel Executive Pensions Professional op. Kosten: 19.900 euro. Gecertificeerd door CPION.
  • TIAS (Tilburg University) verzorgt met Netspar het Pensioen Innovatie Programma. Het gaat om vier masterclasses van twee dagen plus het maken van een eindopdracht. Kosten: 10.000 euro.

——

Verschenen in het magazine van PensioenPro, november 2017. Zie ook pensioenpro.nl.

——



> Home




Geert Dekker

teksten &
redactie




+31 (0)6 1641 9312
mail@geertdekker.nl


> Home    > Media    > Colofon