'Ik ben ontzettend gedreven'

, 19 maart 2018.

Het is zijn droombaan. Gerben Everts geeft sinds 2011 vorm aan het toezicht van de AFM op accountantsorganisaties en dat doet hij uit volle overtuiging. “Als accountants niet goed functioneren, wordt het een drama.”

Toen Gerben Everts in de eerste helft van de jaren negentig rechten en bedrijfseconomie studeerde, volgde hij een aantal rechtszaken rond handel met voorwetenschap. De rechterlijke macht worstelde met de bewijsvoering. “Dat motiveerde mij. Ik zag heel duidelijk hoe mensen kunnen afglijden. Hoe ‘een keer een voordeeltje meepikken moet toch kunnen’ kan uitmonden in enorme schades voor mensen die daar niet om gevraagd hebben. Iemand – een toezichthouder, een accountant – hoort daar toezicht op te houden. Iemand die kan ingrijpen, die kan zeggen: hier ben je gewoon aan het manipuleren, hier ben je aan het stelen, dit moet gecorrigeerd worden. Dat was mijn drijfveer om de accountancy in te gaan.”

Doorschieten
Het liep vervolgens anders. Everts haalde zijn RA-titel in 1998, maar op dat moment had hij eigenlijk al besloten niet verder te gaan in de sector. “Qua opleiding, qua dynamiek, qua collega’s vond ik het erg gaaf werken. Maar het vak veranderde. Ik zag enerzijds die gerespecteerde en trotse beroepsgroep, een goede opleiding, verstandige mensen. Maar anderzijds werd de praktijk steeds risicogestuurder, steeds meer gericht op efficiëntie. De gedachte: is het nog wel nodig alles te controleren? Je zag dat te ver doorschieten. Dat stond mij tegen. Ik had mij een heel ander vak voorgesteld. Het was niet wat ik dacht dat het moest zijn.”

Die notie is Everts daarna altijd bijgebleven. Het leidde hem naar het ministerie van Financiën, de Europese Commissie en naar APG. In elke functie kreeg hij te maken met de AFM (en haar voorloper de Stichting Toezicht Effectenverkeer). “Bij het ministerie heb ik het initiatief genomen om toezicht op verslaggeving te introduceren én toezicht op accountantsorganisaties. Bij zowel de Europese Commissie als APG heb ik mij daarna sterk gemaakt voor wat er zou moeten gebeuren op het terrein van de controlekwaliteit, met name vanuit het perspectief van de belegger.”

Liefde
Vervolgens werd Everts – naast zijn werk bij APG – in 2008 voorzitter van de Audit Commissie van Eumedion en in 2009 lid van de Commissie Financiële Verslaggeving van de AFM. En toen kwam, in 2011, de directiefunctie van Steven Maijoor beschikbaar, want die vertrok naar de ESMA. “Dat was voor mij eigenlijk de droombaan. De baan waarin alles bij elkaar kwam: een liefde voor toezicht, een liefde voor het functioneren van de kapitaalmarkten en een liefde voor de accountant. En ik had een visie op wat er beter kon, wat er beter moest.”

Dat is nu zesenhalf jaar geleden. Is Everts visie verwezenlijkt? Wat heeft de AFM in deze periode voor elkaar gekregen? De kritieken zijn soms niet mals. De AFM zou te streng zijn en te rechtlijnig, zo klinkt het aan de ene kant, meestal uit de monden van gecontroleerde of getoetste accountants.

Eigen boezem
Ook aan de publieke kant klinkt kritiek. Voor de oppervlakkige toeschouwer is er immers al die jaren weinig veranderd: in de allereerste AFM-onderzoeken naar de controlekwaliteit wordt geconcludeerd dat die kwaliteit onvoldoende is en dat is ook de teneur in de meest recente onderzoeken. Wat hebben dan al die oproepen, boetes, verbeterplannen, gesprekken, maatregelen et cetera geholpen? Met andere woorden: moet een toezichthouder die bij voortduring gewag maakt van ‘onvoldoende verbeteringen’ niet eens de hand in eigen boezem steken?

“Het is het dilemma van alle toezichthouders”, zo reageert Everts op het laatstgenoemde punt. “Als er dingen misgaan in de sector, wordt meteen de vraag gesteld: waar was de toezichthouder? Terwijl het juist de toezichthouder was die deze zaken benoemde. Dat is ook onze taak: misstanden inzichtelijk maken. Die rol moeten we niet overdrijven, maar die moeten we ook niet te klein maken.”

“Het is natuurlijk de sector zelf die verantwoordelijk is voor zijn eigen functioneren. Demaatschappelijke rol van de accountant is enorm, domweg niet te bagatelliseren. Als accountants niet goed functioneren, als de financiële sector het moet doen zonder accountantscontroles, dan wordt het een drama. Juist daarom, vanwege het gewicht van die rol, kan het niet alleen de AFM zijn die erop moet toezien dat de accountant zijn werk goed doet: het bedrijfsleven, beleggers, auditcommissies en accountantsorganisaties zelf hebben daarin allemaal een verantwoordelijkheid. Het is dat hele ecosysteem dat ervoor moet zorgen dat deze cruciale functie op een goede manier wordt uitgevoerd.”

Vaak lastig, soms vervelend
In dat opzicht zijn er zonder meer grote stappen gezet, de afgelopen jaren, zo verzekert Everts: “De specifieke rol van de AFM was natuurlijk het beoordelen van de controlekwaliteit, want eigenlijk heeft niemand anders toegang tot het eigenlijke werk van de accountantsorganisaties. Mede daarom concentreren wij ons daarop. Het is vaak een lastige rol en soms een vervelende rol, maar we moeten het blijven doen. Wel kijken we voortdurend hoe we die rol zo effectief mogelijk kunnen invullen. Want je kunt dat doen als een politieagent, door telkens de fouten te benoemen, erop te duwen, te bestraffen. Dan doe je je werk weliswaar naar behoren, maar wij vinden dat we een toezichthouder moeten zijn in de moderne variant. We willen niet alleen fouten opsporen en bestraffen, wij willen bevorderen dat de cultuur en het gedrag in de sector zo veranderen dat fouten worden voorkomen.”

Zeker wat dat element betreft kan de AFM in zijn eentje niet veel bereiken, benadrukt Everts. Recent wordt de aandacht meer gericht op auditcommissies. “Je wilt een beweging creëren waarbij andere partijen uiteindelijk het stokje overnemen. We hebben daarover vorig jaar een rapport geschreven dat internationaal weerklank heeft gevonden en praten nu veel met auditcommissies, om bij hen de bewustwording te stimuleren rondom de kwaliteit van de controle. Waar moet je op letten als je zaken doet met een accountant? Welke vragen moet je stellen? Welke criteria hanteer je om een accountant te beoordelen? Dat zijn zaken die dan aan de orde komen.”

Veelbelovend
Everts stelt dat die aanpak zoden aan de dijk zet. “Het bewustzijn ontwikkelt zich. In een recent gesprek meldden leden van een auditcommissie van een multinationale onderneming dat ze zorgen hadden over de kwaliteit van de controle in sommige jurisdicties. Men wilde graag weten hoe het te organiseren zou zijn daar een andere accountant te nemen dan de accountant op het topniveau. Het feit dat dit soort vragen aan de AFM wordt voorgelegd vind ik veelbelovend.”

Intussen timmeren accountantsorganisaties wel degelijk aan de weg, onder meer met verbeterplannen die tot cultuurverandering moeten leiden. Juni 2017 publiceerde de AFM een onderzoek naar de vorderingen die OOB-kantoren in dat opzicht maken. De toezichthouder signaleerde behoorlijke verschillen in verandersnelheid. Dat inzichtelijk maken is precies de bedoeling, zegt Everts. “Je ziet dat het verandervermogen per accountantsorganisatie sterk verschilt. Sommige organisaties besluiten hierin te investeren, hierop te gaan concurreren: men neemt echt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het product, in de wetenschap dat men zich daarmee kan onderscheiden van andere organisaties en in de wetenschap dat men daarmee meer vertrouwen van de maatschappij verdient dan die andere organisaties.”

Knetterhard werken
De AFM zal die ontwikkeling aanmoedigen. Door (meer) maatwerk in het toezicht aan te brengen. De buitenwereld zal dat ook ervaren. “In de sector wordt hard gewerkt aan het herstel van vertrouwen. Dat leidt nog niet overal tot successen, maar ik denk wel dat een gevolg zal zijn dat wij in de toekomst veel minder algemene bevindingen over de hele sector zullen hebben. Er zijn nu inmiddels accountantsorganisaties die qua prestaties op dit vlak heel goed in de buurt komen van het gewenste ambitieniveau. Maar het positieve effect daarvan moet nog verder gaan doorklinken in de kwaliteit van de controles en het liefst over de hele linie.”

Dat maatwerk hoort overigens ook bij het antwoord op de vraag of de AFM niet eens de hand in eigen boezem moet steken als wordt gesignaleerd dat verbeteringen in de accountancysector (te) langzaam gaan of achterwege blijven. “Eigenlijk steken we altijd al de hand in eigen boezem”, zegt Everts, “want we monitoren voortdurend of onze aanpak wel effectief is. Ik ben ervan overtuigd dat wij de sector moeten uitdagen, of zelf met voorstellen moeten komen ter verbetering en ten tweede moeten we de aanleiding daartoe en de noodzaak daarvan blijven benoemen. Maar de oplossing kan echt alleen maar vanuit de sector zelf worden geleid. Wij kijken vervolgens of dat snel genoeg gaat, diepgaand genoeg, effectief genoeg… en als blijkt dat dit niet het geval is, gaan we opnieuw rond de tafel, dagen we weer uit, nemen we weer nieuwe initiatieven. Het verschil met een aantal jaren geleden is dat deze aanpak nu per accountantsorganisatie behoorlijk uiteen kan lopen.”

Rechtszaak
Zoals gezegd, er is niet alleen kritiek uit de publieke hoek. Ook de sector zelf volgt de toezichthouder scherp en dat leidde onlangs tot een gerechtelijke procedure. In een door EY en PwC aangespannen rechtszaak oordeelde de rechtbank Rotterdam dat alleen het aantreffen van kwalitatief onvoldoende controledossiers niet voldoende is om te concluderen dat een accountantsorganisatie de zorgplicht heeft geschonden.

Everts: “Het is een belangrijke uitspraak en de stelligheid van de uitspraak heeft ons verrast. Als die in hoger beroep overeind blijft, kunnen we niet meer via de accountantsorganisatie handhaven op evidente tekortkomingen in de controle van de jaarrekening en dat is volgens ons niet in lijn met de oorspronkelijke bedoeling van de wet. Het ministerie van Financiën heeft al aangegeven graag met ons te kijken of de wet op dit punt kunnen evalueren. Daar zullen ook anderen bij worden betrokken overigens, want dit willen we doen met open vizier.”

Verschuivingen
“Afgezien daarvan willen we van de rechter in hoger beroep graag meer duiding. Dan gaat het met name om de vraag hoe specifiek wij zouden moeten duiden waar het bij een accountantsorganisatie is misgegaan in de interne beheersing, zodat er tekortkomingen zijn opgetreden.”
“Maar een radicale omslag in onze aanpak is niet aan de orde. Natuurlijk kan dit tot verschuivingen leiden, maar ik gaf al aan: wij innoveren onophoudelijk. Onze huidige methode van toezichthouden is ook anders dan die van 2014 en het rapport dat we komend jaar uitbrengen zal ook weer nieuwe methodieken brengen. We passen ons voortdurend aan. Elke keer denken we weer na over de vraag welke methode van toezicht het meest bijdraagt aan het doel: de accountancysector de verbeteringen laten doorvoeren zodat het publiek belang centraal komt te staan.”

Het is het doel van het AFM-toezicht. Is het ook een persoonlijk doel van Gerben Everts?
“Ik ben ontzettend gedreven”, zegt hij daarop. “Dat is goed, vind ik, want dat werkt bij een toezichthouder motiverend. Maar ik zie heus dat ik ook maar een onderdeel ben, en dat ik deze deugdelijke intenties deel met heel veel anderen. Het hangt dus niet op mij als persoon. Ik stuur het aan, ik zorg voor inspiratie, visie en de nodige energie en ik zorg ook voor wrijving als dat nodig is om de sector aan het werk te zetten. Daar stap ik niet voor weg, dat hoort erbij. Maar mijn tijd zal altijd een keer eindig zijn. En dat is ook helemaal niet erg.”

——

Gepubliceerd in Accountant Q1, maart 2018.

——



> Home




Geert Dekker

teksten &
redactie




+31 (0)6 1641 9312
mail@geertdekker.nl


> Home    > Media    > Colofon