De laatste bestuursvoorzitter van ABN Amro is een Engelsman die wars is van flauwekul zoals Nederlands gepolder.
Nee, Mark Fisher wil zich niet laten interviewen. Zijn woordvoerder laat weten dat Fisher ‘geen profiel wil opbouwen’ in Nederland. Fisher ziet het zo: hij is door de drie nieuwe aandeelhouders van de bank – waaronder zijn eigen werkgever Royal Bank of Scotland (RBS) – slechts aangesteld om ABN Amro uit elkaar te halen en de losse delen veilig onder te brengen bij de nieuwe eigenaren. Formeel heeft hij dan wel de functie van bestuursvoorzitter gekregen en is hij dus de opvolger van Rijkman Groenink. En ja, hij zal wel een jaar of twee, drie aan de Amsterdamse Zuidas bivakkeren. Maar het is toch echt een misverstand te denken dat hij het nieuwe gezicht is van de bank, het boegbeeld, met alle representatieve verplichtingen van dien. Zo’n boegbeeld, dat komt de bank namelijk niet meer toe: als je wordt overgenomen en opgesplitst, dan doe je niet meer aan boegbeelden.
Dus heeft ABN Amro na 184 jaar van trotse topmannen een bestuursvoorzitter gekregen die zich liever niet laat zien.
Mark Andrew Fisher (29 april 1960) is uit Edinburgh naar Amsterdam gekomen om het vonnis uit te voeren dat vorig jaar oktober over ABN Amro werd geveld: Fortis, Santander en Royal Bank of Scotland kopen de Nederlandse bank voor ruim 71 miljard euro om hem vervolgens te splitsen.
De trouwe adjudant van Sir Fred Goodwin, zo wordt hij genoemd door Londense analisten. Sir Fred, de almachtige en charismatische bestuursvoorzitter van RBS, is de man van de grote ideeën, de strategie, de visie – en als het dan tijd is woorden in daden om te zetten, wordt Mark Fisher van stal gehaald.
De twee werkten voor het eerst samen in 2000. Fisher was bestuurder bij NatWest, de Britse, wat stoffige bank die speelbal werd in een biedingsstrijd tussen RBS en die andere grote Schotse bank, de toenmalige Bank of Scotland (tegenwoordig HBOS). RBS won, met de belofte dat alle onderdelen van NatWest behouden zouden blijven. Maar dat zou wel ten koste gaan van 18 duizend banen en kostenbesparingen van enkele miljarden ponden – zo had Goodwin bedacht.
Fisher had op dat moment min of meer de dagelijkse leiding over de bank, in ieder geval in operationele zaken. Met een studie wiskunde en een MBA van de Warwick Business School (horend bij de topdrie in het Verenigd Koninkrijk) had hij zich in 1981 gemeld bij NatWest. In de negentien jaren die volgden klom hij op met vooral zijn kennis van de processen als wapen. De techniek boeide hem.
Dat Fisher in 2000 als NatWest-bestuurder overeind bleef temidden van het RBS-geweld, daar wordt hij in de financiële wereld nu nog om bewonderd. Te meer daar hij zich bereid toonde in dienst van RBS de plannen van Sir Fred uit te voeren. Toen de klus er in 2003 opzat, had ‘The Integrator’ (de bijnaam die The Independent hem geeft) 2 miljard pond meer bespaard op de kosten dan was begroot.
Analisten die Fisher kennen, hebben het veelal over dit soort prestaties als ze de man karakteriseren. In 2003 herhaalde hij het kunstje – zij het iets minder spectaculair in omvang – met de verzekeraars Direct Line en Churchill en in 2005 met de Ulster Bank. De beloning komt maart 2006, nadat hij de bouw van en verhuizing naar het nieuwe hoofdkantoor van RBS in Edinburgh tot een goed einde heeft gebracht: de adjudant wordt benoemd in de raad van bestuur van RBS.
‘Fisher heeft onbarmhartige trekjes’, zegt Mark Phin van de investment bank Keefe, Bruyette & Woods. ‘Niet dat hij meedogenloos is, maar hij is wel erg efficiënt en rigoureus. Een man van de nitty-gritty, het detail, systematisch. Dat zijn voor dit soort werk goede eigenschappen.’
Fisher wekt bij anderen die hem spraken en met hem werkten (maar niet met name willen worden genoemd) bovenal de indruk van iemand ‘die weet wat hij wil’. Hij wordt beschreven als ‘heel direct en recht voor zijn raap’, ‘niet bijzonder fijnbesnaard’, geen figuur voor ‘verkooppraatjes of politieke correctheid’ noch voor omwegen, tijdverspilling en andere ‘flauwekul’. Waar wat Fisher betreft ook sommige aspecten van de cultuur van ABN Amro vallen, zoals de grote autonomie van bedrijfsonderdelen buiten het hoofdkantoor en de stroperigheid van de besluitvorming – het gepolder – óp het hoofdkantoor. In zijn eerste maanden heeft Fisher daar naar verluidt luidkeels zijn verbazing over geuit en aangekondigd daar met onmiddellijke ingang een einde aan te maken – al was het alleen maar vanwege de geldverspilling die gepaard gaat met al die omwegen.
Neemt niet weg dat Fisher in de omgang volgens velen een gewone, aardige man is, charmant, niet bijzonder opvallend of dominant en zeker niet zo ‘koud’ als zijn baas Sir Fred. Het is ook moeilijk denkbaar dat RBS een technocraat zonder sociale vaardigheden naar Amsterdam heeft gestuurd: Mark Fisher staat ook aan het hoofd van het team dat de onderhandelingen voert met de Nederlandse toezichthouders, lees De Nederlandsche Bank (DNB). En onderhandelen zonder vermogen je in te leven in de ander; dat wordt zelfs in de Angelsaksische financiële wereld niet aanbevolen.
Het type leiderschap dat Fisher uitoefent – snel, gedurfd en drastisch kiezen – is wel een typisch product van de Angelsaksische cultuur. Bedrijfsmotto bij RBS is ‘make it happen’ en dat is Fisher ten voeten uit. De Britten noemen dat ook wel ‘very action-orientated’. Fisher zou zich daarbij onderscheiden door van geen ophouden te willen weten. In de jaren na de integratie van NatWest zwaaide hij bij RBS de scepter over wat in Edinburgh als Manufacturing wordt aangeduid: bijna alle processen achter de schermen, de backoffice, de machinekamer van het bedrijf. Het gaat dan om processen variërend van de verwerking van betalingen tot het schoonmaken van de gebouwen of het onderhoud van het wagenpark.
Kostenbesparing is in zo’n functie een voortdurende opdracht. Toen Fisher in oktober benoemd werd bij ABN Amro tekenden Britse banken een paar van Fishers succesjes bij Manufacturing op, bijvoorbeeld het terugbrengen van het aantal schoonmaakcontracten in het Verenigd Koninkrijk van zevenhonderd naar een zestal en een korting van 40 procent op een gigantische order voor platte computerbeeldschermen.
Volgens The Scotsman is van Fisher bekend (‘de ingenieur’) dat hij ‘een grenzeloos enthousiasme’ aan de dag legt als hij over dit soort besparingsoperaties spreekt.
Een en ander maakt het begrijpelijk waarom er geen onvertogen woord is gevallen bij de benoeming van Fisher. Een gewaagder project dan de ontmanteling van ABN Amro (19 duizend banen schrappen, 2,8 miljard euro besparen) is in de bankwereld niet voorhanden, maar als iemand de grootste en ingewikkeldste ontleding van een bank in de geschiedenis kan leiden, dan is het deze Engelsman die een enorme kennis van banksystemen en -processen koppelt aan een grote daadkracht, zo is het algemene oordeel in de bankwereld. Dat positieve geluid is mooi meegenomen voor RBS, want de tweede bank van het Verenigd Koninkrijk kan geen tegenvallers meer gebruiken. De aandelenkoers is de afgelopen maanden weken hard onderuit gegaan, onder invloed van de kredietcrisis. RBS moet net als andere banken hard werken aan het verbeteren van de verhouding tussen het eigen vermogen en de schulden.
Alastair Ryan, een analist van de grote Europese bank UBS, denkt dat het slagen van de integratie van ABN Amro een van de drie belangrijkste factoren is die de nabije toekomst van RBS bepalen. Dat is volgens Ryan ook een van de redenen waarom RBS nu een radiostilte in acht neemt als het gaat over het verloop van het integratieproces. ‘Men zal pas iets durven te zeggen als er voldoende zicht is op het welslagen van de operatie.’ Dat gebeurt misschien eind februari, bij het bekendmaken van de jaarresultaten van RBS.
De druk op Fisher is intussen groot. Zal dat het handelen van de man beïnvloeden? Volgens Ryan niet. ‘Dit is een pragmatische man. Het is hem gevraagd of hij dit werk wilde doen, en daarin heeft hij toegestemd. Dan voert hij het vervolgens ook zonder mankeren uit, ook al is het onplezierig werk.’
___
Wie?
Mark Fisher (47) komt uit Sheffield in Midden-Engeland, studeerde ‘in de buurt’, in Bradford en Coventry, trouwde, kreeg kinderen, scheidde en kreeg onlangs zijn eerste kind (een zoontje) bij zijn tweede vrouw, die is meegekomen naar Amsterdam. Zijn andere kinderen zijn in Schotland gebleven. Fisher werkte nooit eerder buiten het Verenigd Koninkrijk.
Van liefhebberijen is niets bekend, wel dat Fisher geen voetbalfan is. Toen Engeland vorig jaar november werd uitgeschakeld voor de eindronde van het Europees Kampioenschap voetbal deze zomer, haalde Fisher zijn schouders op. ‘Ik ben de enige Engelsman die niet van voetbal houdt’, gaf hij als commentaar.
___
Gepubliceerd in Intermediair, 20 februari 2008.