Geert Dekker

Microkrediet: zeepbel in de maak

Terwijl de beleggers toestromen, groeit onder wetenschappers de twijfel over de effectiviteit van microkrediet. Het staat helemaal niet vast dat kleine leningen armoede bestrijden. En hoe crisisbestendig is microfinanciering? Ook Yunus’ Grameen Bank stond ooit op omvallen.

Fondsen die beleggen in microfinanciering schieten als paddestoelen uit de grond. Rendementen in de dubbele cijfers worden beloofd. Er staat al 25 miljard dollar aan leningen uit, maar er is vraag naar het tienvoudige bedrag, aldus pleitbezorgers van microkrediet. Microfinancieringsinstellingen (MFI’s) zouden daarnaast de komende jaren 15 tot 20 miljard dollar aan aandelenkapitaal nodig hebben. Stap nu in en tel uit je winst, kortom.
De opkomst van microkrediet als beleggingscategorie – nauwelijks dwarsgezeten door de kredietcrisis – valt samen met een hausse aan waarschuwingen, zowel uit de praktijk als uit de wetenschappelijke wereld.
Acción, een van de grootste microfinance-netwerken ter wereld, liet onlangs weten dat in India overkreditering op de loer ligt. ‘Sommige klanten lenen bij zes verschillende MFI’s. Zoiets als kredietregistratie bestaat niet en klanten komen in de knoop’, schrijft landenmanager Siddhartha Chowdri op de website van Acción. De ene lening wordt gebruikt om de andere terug te betalen.

Het is het verschijnsel waaraan de Grameen Bank van Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus rond de millenniumwisseling bijna ten onder ging. Dat staat tenminste in een korte studie over deze bank die het Brooks World Poverty Institute van de universiteit van Manchester onlangs publiceerde. Eind jaren negentig kelderden de terugbetalingsratio’s van leningen in Bangladesh, maar de bank ving dat op door steeds grotere leningen te verstrekken. Uiteindelijk was een grootscheepse herstructurering nodig.
Het bijna omvallen van de Grameen Bank heeft nooit iets afgedaan aan het optimisme rondom microkrediet. Het idee dat het fenomeen een instrument is voor armoedebestrijding bijvoorbeeld, is springlevend. Zo ook het idee dat met die vorm van armoedebestrijding een mooi rendement valt te behalen. Het is hét verkoopargument van de beleggingsfondsen in deze sector: zonder concessies te hoeven doen aan rendementseisen kan met beleggingen in MFI’s een profiel als ‘duurzaam belegger’ worden opgebouwd.

Het idee dat microkrediet armoede bestrijdt, is vooral gebaseerd op reeksen individuele succesverhalen uit ontwikkelingslanden, veelal opgetekend door de (micro)financiers zelf. De wetenschappelijke basis is altijd mager geweest, en leunde met name op de analyse van gegevens die in de jaren negentig in Bangladesh door de Wereldbank werden verzameld. Diverse economen en econometristen hebben zich de afgelopen jaren over die gegevens gebogen, maar ze werden het nooit eens. De een stelt dat elk jaar 5 procent van de ontvangers van microkrediet zich aan de armoede weet te ontworstelen, de ander vindt géén inkomensstijging, alleen maar een stabilisering van het inkomen.
Onderzoekers van het Center for Global Development in Washington (een denktank gesponsord door onder meer de Gates Foundation) zeggen nu het pleit beslecht te hebben. In juni publiceerden David Roodman en Jonathan Morduch een hernieuwde analyse van dezelfde gegevens en ze concluderen dat microkrediet níet leidt tot inkomensgroei. Belangrijker nog: ze laten zien dat door het ontbreken van controlegroepen in het onderzoek nooit een causaal verband kan worden aangetoond tussen het ontvangen van microkrediet en inkomensgroei. Met andere woorden: dat nooit kan worden aangetoond dat microkrediet een middel is om aan de armoede te ontsnappen.

Microkrediet zou namelijk net zo goed een gevolg kunnen zijn, aldus Roodman en Morduch. De praktijk zou dan neerkomen op zelfselectie: MFI’s kiezen regio’s, wijken en klanten uit met gunstige vooruitzichten. De zaken ontwikkelen zich vervolgens voorspoedig, maar dat heeft dan niets te maken met microkrediet als drijvende factor. Microkrediet – en andere financiële dienstverlening – komt simpelweg af op de genoemde veelbelovende economische vooruitzichten. ‘Op dit moment, na dertig jaar ervaring met microfinanciering, hebben we nog steeds geen stevig bewijs dat het de levens van klanten meetbaar verbetert’, verzuchten Roodman en Morduch. ‘Het wachten is op onderzoek met controlegroepen.’
Ze zijn inmiddels op hun wenken bediend. Een onderzoeksteam van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston volgde tussen april 2007 en april 2008 in de Indiase stad Haiderabad meer dan zesduizend huishoudens, verdeeld over een honderdtal sloppenbuurten van de stad. Ten behoeve van het onderzoek had een grote MFI, Spandana, lukraak vijftig van die honderd buurten geselecteerd om daar nieuwe vestigingen te openen. Dat leidde tot meer gebruik van microkrediet. Vervolgens werden de gezinnen in de wijken mét Spandana vergeleken met de gezinnen in de wijken zónder de extra vestigingen.

De resultaten, een paar weken geleden gepubliceerd, hebben veel losgemaakt in de sector, want wat blijkt? De onderzoekers zeggen dat de voornaamste claims van voorstanders van een wijde verbreiding van microkrediet niet worden aangetoond. Na ruim een jaar is er in de wijken die meer gebruik maken van microkrediet geen verschil in gezinsinkomen, geen emanciperend effect voor vrouwen (een grotere stem in het bestedingspatroon), geen toename van uitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg, en geen afname van het aantal zieke kinderen. ‘Er is geen bewijs dat microkrediet gemiddeld het functioneren van huishoudens verandert’, aldus de onderzoekers.
Het gevaar van overkreditering plus de conclusie dat microkrediet geen bijdrage levert aan armoedebestrijding – haalt dat de business case voor beleggen in deze sector onderuit? Volgens Viswanatha Prasad, partner van Grassroots Capital (een van de grotere aanbieders van beleggingen in MFI’s), kun je niet al na een jaar definitieve conclusies trekken over de effecten van microkrediet. ‘Het duurt gemiddeld genomen langer voordat klanten hun inkomen weten te vergroten. Maar het klopt wel dat er veel meer nodig is dan alleen een lening: een goede opleiding, goede wet- en regelgeving en goede marktomstandigheden bijvoorbeeld.’

Prasad was in juli enkele dagen in Nederland, op bezoek bij institutionele beleggers. Grote Nederlandse pensioenfondsen beleggen vrijwel allemaal in microfinanciering, de een met 10 miljoen euro, de ander met 200 miljoen euro (PGGM). Desondanks zegt Prasad dat microkrediet ‘vaak overschat’ wordt, ‘als zou het een onmiddellijk positief effect op mensen hebben. Maar dat is een grove versimpeling’.
Dat is echter geen reden er niet in te beleggen. ‘Privaat geld werkt hier beter dan publiek geld’, aldus de Indiër. ‘En wij bewijzen al een aantal jaren dat er een fatsoenlijk rendement mee te behalen is.’

___
Verschenen in FEM (RIP), juni 2009.

Deze site is gemaakt met Textpattern.
© Geert Dekker, 2022