Aandelenbeleggers likken hun wonden. Wat nu? Moet het restant van de financiële buffer naar een spaarrekening, gaan we beleggen in obligaties, of proberen we het toch nog een keer met aandelen?
Sparen: weg illusie
Oktober 2008: de Nederlandse staat moet Fortis behoeden voor de ondergang en een paar dagen later gaat de IJslandse bank Icesave failliet. Ineens is de crisis in de financiële wereld voor spaarders geen ver-van-mijn-bed-show meer. Miljoenen krabben zich eens op hun achterhoofd: hoe veilig is mijn spaargeld eigenlijk? Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakt later bekend dat in oktober een kwart van het Nederlandse spaargeld is verschoven, een kwart van bijna 250 miljard euro. De onrust is dan nog niet voorbij, want in november wordt eenvijfde van het totaal opgenomen en elders geplaatst: 48 miljard euro.
De illusie dat een spaarder niets kan overkomen, is vervlogen. Achteraf bezien is het wonderlijk dat die illusie zo lang heeft standgehouden. Rente op een spaarrekening is net zo goed rendement als dividend of koerswinst op een aandeel. En les 1 van de spreekwoordelijke cursus omgaan met geld leert dat rendement hand in hand gaat met risico, altijd.
De hoge rentes die vanaf begin vorig jaar werden geboden hadden een waarschuwing kunnen zijn. Banken geven niet voor niets hoge rentes, ze doen dat omdat ze het geld hard nodig hebben. De bank die er het meest om zit te springen, biedt het hoogste tarief, en schreeuwt daarbij het hardste. Ben je een slimme spaarder als je voortdurend de markt afstroopt op zoek naar het hoogste tarief? Misschien. Als het besef er maar is dat het geld dan voortdurend in de kluis ligt bij banken die het minste vet op de botten hebben.
Inmiddels dalen de spaartarieven weer, zowel de variabele tarieven op rekeningen zonder voorwaarden, als de rentes op deposito’s, waarmee geld wordt vastgezet voor een bepaalde periode (een maand tot een jaar of vier). Dat kan goed nieuws zijn voor de financiële sector – de nood is blijkbaar minder hoog. Maar het is ook een gevolg van het rondje renteverlagingen dat de centrale banken de afgelopen weken maakten. ‘De bodem’ in de markt is nu absurd laag: 2,0 procent in Euroland, 1,5 procent in Groot-Brittannië en zelfs 0 tot 0,25 procent in de Verenigde Staten.
In ieder geval maakt het verlagen van de spaartarieven de keuze of en hoe te sparen niet eenvoudiger. Hoe te sparen (vastzetten of niet) wordt nu net zo goed een beleggingsbeslissing als de aankoop van een bepaald aandeel: er hoort een visie bij.
Wie denkt dat het nog wel even kan duren voordat de economie weer aantrekt, zal ervan uitgaan dat de rente laag blijft. Dan ligt het voor de hand spaargeld vast te zetten. Daar hoort een hogere rentevergoeding bij.
Optimistisch over de economie? Dan zou over een tijdje de kredietverlening door banken weer op gang zijn geholpen en kunnen de rentetarieven van de centrale banken weer omhoog. Daarmee zouden ook de spaartarieven stijgen en dan krijgt de spaarder spijt die zijn geld voor langere tijd heeft vastgezet.
Sparen?
Wel doen, want:
- Veiligste vorm van beleggen
- Eenvoudig
- Flexibel
Niet doen, want:
- Lot spaargeld is verbonden aan lot van bank
- Laag rendement
Obligaties: crisisbelegging
De kredietcrisis heeft niet alle beleggers tot de bedelstaf gebracht. Lang leve de risicospreiding: wie altijd braaf is geweest en minstens de helft van zijn vermogen in die saaie obligaties heeft laten staan, was afgelopen jaar spekkoper. Terwijl aandelen de helft van hun waarde verloren, liepen de koersen van staatsobligaties – leningen aan overheden – op met gemiddeld 10 procent. ‘Staatsobligaties zijn in onzekere tijden van oudsher een veilige haven’, aldus Edith Siermann, hoofd vastrentende beleggingen van vermogensbeheerder Robeco. Bedrijfsobligaties deden het veel slechter, want de koersen daarvan zijn afhankelijk van de economische vooruitzichten. En die zijn slecht, wat de kans vergroot dat bedrijven failliet gaan en hun leningen helemaal niet meer terug kunnen betalen. Siermann: ‘De koers van obligaties van de minst kredietwaardige ondernemingen verloren afgelopen jaar tot 30 procent.’
De koersen van staatsobligaties drijven op de rente. Die is laag in tijden van neergaande conjunctuur, wat wil zeggen dat nieuw uitgegeven obligaties maar een lage rente uitbetalen. Dat doet de koersen van ‘oude’, al bestaande obligaties – uitgegeven met veelal een hogere rente – dus goed.
Obligaties zijn daarom een typische crisisbelegging. Zolang centrale banken vinden dat de economie moet worden gestimuleerd met een lage rente, is de obligatiebelegger in zijn nopjes. Heeft dat beleid effect en loopt daarna de rente weer op, dan wordt die belegger chagrijnig.
Complicerende factor in de huidige marktomstandigheden is dat overheden nu grote bedragen in de financiële sector moeten investeren en dus een veel groter beroep doen op de kapitaalmarkt dan voorheen. De afgelopen weken hebben bijvoorbeeld Duitsland, Nederland, Frankrijk, Oostenrijk en Ierland nieuwe leningen aangekondigd of geplaatst. ‘Meer aanbod betekent lagere rendementen’, aldus Siermann.
De nationalisaties van banken leiden daarnaast tot zwakkere overheidsfinanciën. Alle verhandelingen ten spijt over de zegeningen van ‘kordaat ingrijpende overheden’ die de financiële sector ‘redden’: de risico’s van de slechte leningen in het bancaire circuit verdwijnen daarmee niet, ze worden alleen doorgeschoven naar een sterkere partij, een overheid. Maar daarmee wordt een staatslening wel riskanter: een land kan niet eindeloos tegenvallers incasseren, snappen ook beleggers.
De financieel zwakste landen merken het eerst dat beleggers extra rendement eisen voor dat verhoogde risico. Griekenland moet nu al 2,5 procentpunt meer betalen voor een lening dan Duitsland, Nederland is 0,7 procentpunt duurder uit. Ruim een week geleden kondigde de Ierse regering de nationalisatie van de Anglo Irish Bank aan en dat had op diezelfde dag nog consequenties voor de obligaties die Ierland uitgeeft.
Valkuilen genoeg dus voor de (beginnende) obligatiebelegger. Siermann: ‘Het zou niet onverstandig zijn het bij staatsobligaties te houden en dan vooral de obligaties van de sterkste landen.’ Geldt dat ook voor het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten? ‘Hou dan wel rekening met het valutarisico: wij denken dat de dollar en het pond nog goedkoper worden ten opzichte van de euro. Maar afgezien daarvan: de centrale banken van die landen hebben aangegeven de rente koste wat kost laag te houden en dat is gunstig voor de obligatiemarkten.’
Obligaties?
Wel doen, want
- Als het slecht gaat met de economie, gaat het goed met obligaties
- Risico’s zijn overzichtelijk: mijd bedrijfsleningen en leningen van zwakke landen
Niet doen, want
- Lage rendementen op de lange termijn
- Ook nationale overheden worden minder kredietwaardigheid
Aandelen: rood of zwart
De pleitbezorgers van beleggen in aandelen maken zware tijden door. Een blik op de grafieken leert dat je van goede huize moet komen om vast te houden aan het axioma dat op de lange termijn aandelen het beste rendement bieden. In 2008 is de winst van vijf jaar door het putje gegaan; ten opzichte van vijftien jaar geleden, begin 1994, heeft de AEX-index 25 procent winst geboekt. Dat is gemiddeld minder dan 2 procent per jaar.
De indruk dat de beurs uiteindelijk toch weinig meer is dan een casino wordt versterkt door de grote beweeglijkheid van de koersen. Die liep al op in de positieve jaren vanaf 2004 en is de afgelopen achttien maanden nog verder toegenomen. Indices kunnen binnen enkele dagen uitschieters maken van meer dan 10 procent; individuele aandelen kunnen in een week tijd tientallen procenten verliezen of winnen.
Dat is geen omgeving voor beleggers met zwakke zenuwen of beleggers die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de opbrengsten van hun beleggingen. Een zogeheten lange beleggingshorizon was altijd al een voorwaarde om de rust te kunnen bewaren bij aandelenbezit. Maar ook degenen die nu beleggen voor een pensioen over bijvoorbeeld twintig jaar wordt het bang te moede, want wat gebeurt er als ik straks mijn geld nodig heb, maar de markten beleven op dat moment weer zo’n (langdurige) inzinking?
Zelfs professionele marktpartijen maken nu moeilijke tijden door. Sep Van de Voort, beleggingsstrateeg bij SNS Securities, zegt dat handelaren normaal gesproken in dit soort slechte omstandigheden toch kansen zien geld te verdienen, namelijk door mee te gaan in ‘bearmarket’-rally’s, waarbij fundamentele zaken zoals winstverwachtingen van bedrijven er niet meer toe doen en alleen wordt ingespeeld op marktsentiment. “Maar zelfs daarvoor zijn de koersen nu vaak te beweeglijk”, aldus Van de Voort.
Op fora van beleggerswebsites regent het stoere praat over ‘nu instappen’, maar Van de Voort zegt geen algemeen positief advies te kunnen geven. “Volgens de meeste waarderingsmaatstaven is de aandelenmarkt nu goedkoop te noemen, maar diverse andere voorspellen dat het nog verder mis kan gaan. Volgens sommige rekensommen kan de markt nog 30 procent omlaag. Dat zijn geen omstandigheden om aanbevelingen te doen.”
Grootste obstakel is het aanhoudende disfunctioneren van het financiële systeem. “Het stelsel ligt in coma en blijft, in Europa, alleen leven omdat de Europese Centrale Bank de vitale functies heeft overgenomen. De ECB is nu de hartlongmachine van het systeem. Zolang het niet op eigen kracht kan draaien is niet in te schatten hoelang de malaise aanhoudt.” Daarin verschilt deze crisis van andere periodes van conjuncturele neergang, aldus Van de Voort: “Die ontstaan als de vraag daalt en dan kun je op een gegeven moment zien aankomen dat die daling tot staan wordt gebracht, en dan is de opleving niet ver meer. Dat is nu niet het geval, in dit geval gaat het om de vraag hoe en wanneer het financiële systeem weer tot leven kan worden gewekt.”
|Aandelen?*
Wel doen, want:
- Kans op grote koerswinsten op langere termijn
- Spannend!
Niet doen, want:
- Financiële stelsel functioneert niet normaal
- Markten kunnen nog verder onderuit
- Aandelen verliezen glans als middel om stabiel vermogen op te bouwen
Verschenen in Intermediair (RIP), 27 januari 2009.