Als de bank omzet wil zien om krediet te verschaffen, dan kan de bank die omzet krijgen. Runderslachter Weyl uit Enschede, ooit de grootste van Nederland, zag een uitweg uit de verliezen die in 2001 door de MKZ-crisis werden veroorzaakt: grootschalige fraude. Het onvermijdelijke faillissement kon zo negen jaar lang ontlopen worden.
Domme bank, domme accountant, domme commissarissen, of alleen maar twee oplichters, Frank Weyl en Harro Geerdink, respectievelijk algemeen en financieel directeur van Weyl? De MKZ-crisis van voorjaar 2001 was om te beginnen domme pech. Weken lang lag de onderneming stil, net als andere slachterijen. Vervoersverboden, exportbeperkingen en de (preventieve) slachting van bijna honderdduizend runderen namen een enorme hap uit de omzet en de winstgevendheid van het bedrijf. In de jaren daarna kwam dat niet meer goed. Tenminste, niet echt. Het leek er wel op.
Prachtige uitvinding, krediet van de bank. Zit het een keer tegen, dan kan een onderneming moeilijke tijden overbruggen met een lening. Tegen een vergoeiding uiteraard, de rente. Banken worden daar rijk van, dus wat willen ze: krediet verlenen. Weyl en Geerdink maakten daar gebruik van.
Facturen
Natuurlijk kijken banken wel naar de cijfers van de onderneming. Vooral naar de omzet. Waar omzet is, lonkt winst immers. Op enig moment moeten Weyl en Geerdink gedacht hebben: wil de bank omzet zien? Dan kan de bank die krijgen. Wat volgde was een grootschalige fraude waarbij onder meer facturen werden vervalst en onjuiste bedrijfsresultaten openbaar werden gemaakt. In de woorden van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat Frank Weyl in 2014 in hoger beroep veroordeelde tot 24 maanden gevangenisstraf: “Verdachte heeft door zijn frauduleuze handelen banken en bedrijven bewogen om miljoenen euro’s (extra) aan zijn bedrijf te lenen.”
Want ook een valse factuur is dus geld waard. Dat is met name het geval bij factoring, een financiële dienst die veel banken opzetten als mogelijkheid om kortetermijnkrediet te verschaffen. Factoring is het bevoorschotten van debiteuren. Als een bedrijf niet twee maanden of nog langer wil wachten op de betaling door een debiteur, dan kan het de factuur al onmiddellijk na het uitschrijven ervan bij de bank – beter gezegd de factormaatschappij – indienen. Die maakt dan meteen een groot deel van het geld over. Als de debiteur dan eindelijk betaald, moet dat voorschot weer worden terugbetaald.
‘Maximale financiële speelruimte’
In een special van het blad Management Team uit 2010 legt Peter de Koning, toen algemeen directeur van factormaatschappij Fortis Commercial Finance, uit hoe het werkt: “We financieren tot een percentage van 90 procent van de openstaande debiteurenvorderingen, waar een reguliere bank veelal niet verder gaat dan 70 procent. Op deze manier bieden we een ondernemer maximale financiële speelruimte voor zijn activiteiten.”
Weyl was in die jaren dus klant van Fortis Commercial Finance en liet door zijn administratie de ene na de andere valse factuur opmaken. Waarmee Fortis dus tot miljoenen aan voorschotten werd verleid. De factormaatschappij/bank vroeg zich natuurlijk af waar de terugbetalingen bleven, maar dan liet Weyl zogeheten saldoverificaties zien: uittreksels uit de administratie waaruit bleek dat het debiteurensaldo tot astronomische hoogtes was opgelopen. Maar die verificaties waren ook vervalst.
Bevoorschot
Volgens het verslag van de curator was de ‘fake-post’ debiteuren op het moment van het faillissement in mei 2010 opgelopen op tot ongeveer 45 miljoen euro. Op een balanstotaal van zo’n 60 miljoen euro. De debiteuren waren “bevoorschot tot 85 procent door de factormaatschappij”. Fortis Commercial Finance staat dan ook als schuldeiser te boek voor voor ongeveer 35 miljoen euro. Het bedrijf werd een jaar later overigens overgenomen door BNP Paribas. Peter de Koning stapte later over naar ABN Amro Commercial Finance.
En de accountant? Edwin Slutter van KPMG is uiteindelijk door de Accountantskamer, de tuchtrechter voor het beroep, bestraft met ‘een doorhaling’ van zes maanden. Dat wil zeggen dat Slutter zes maanden zijn RA-titel niet mocht voeren. De doorhaling werd in hoger beroep bevestigd en in 2017 en 2018 uitgevoerd. Inmiddels staat Slutter weer gewoon als accountant te boek in het register van de NBA.
Wat had hij fout gedaan? De controle van de jaarrekening over 2008 en 2009 – de ‘ergste’ jaren – stelde feitelijk niks voor, zo luidde het oordeel van de rechter. Slutter heeft niet de fraude oogluikend toegestaan, of iets dergelijks, hij heeft domweg niets gedaan om die fraude op het spoor te komen. Slikte alles voor zoete koek, zette zonder daar serieuze controles op los te laten gewoon zijn kruisje onder de stukken. Veel verbazing hoeft dat achteraf ook niet te wekken. Financieel directeur Geerdink – veroordeeld tot 18 maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk – was tussen 1986 en 1995 controleleider bij KPMG, zo vermeldt zijn LinkedIn-profiel februari 2019. Als je dan een controlerend accountant nodig hebt, ga je natuurlijk eerst bij je oude werkgever informeren, zo schrijven de betere ons-kent-ons-manieren voor.
Genieten
Weyl was sowieso een ‘vriendenclub’. Zo trad in 2008 Simon Bommeljé aan als commissaris. Bommeljé was de jaren daarvoor – volgens zijn LinkedIn-profiel van maart 2019 – CEO van Fortis Commercial Finance Nederland. Inderdaad, de factormaatschappij die Weyl jarenlang ‘maximale speelruimte voor zijn activiteiten’ had geboden. Krap twee jaar heeft hij maar van zijn commissariaat kunnen genieten, want voorjaar 2010 barstte de fraude-bom.
Edwin Slutter verliet KPMG in 2014. Een jaar later werd hij CFO bij de Pathé Theatres, de Nederlandse vestiging van het Franse bioscoopconcern. Daar maakte hij nieuwe avonturen mee.
Bronnen
Veroordeling Frank Weyl
Tuchtzaak Edwin Slutter
Promotie Fortis Commercial Finance
Artikel Martijn de Meulder